een kaas, ter hand genomen.

La vie, c’est comme un fromage

Mensen vergelijken het leven graag ergens mee.
Zo zijn ze, de mensen.
Dan zeggen ze bijvoorbeeld:
Het leven is een strijdtoneel. Of:
Het leven is een teef (en dan ga je dood). Of:
Het leven is een reis met een onbekende eindbestemming.
Dat soort dingen zeggen ze de mensen, en ze kijken er betekenisvol bij.

Onlangs bedacht ik zelf zo’n vergelijking, en die gaat zo:
Het leven is een stuk kaas.

Mooi toch?
Ik vermoed dat dit voor de meesten onder jullie nog enige uitleg behoeft, en deze zal ik dan ook met liefde verstrekken.

Sluit je ogen, en haal drie maal diep adem. Vijf maal ondiep is ook in orde.
Visualiseer nu je leven als een stuk kaas. Neem een stuk jonge Edammer in gedachten, niet uit de supermarkt, maar door een gediplomeerd kaasboer vakkundig in een punt van een pond gesneden. Je mag desgewenst ook iets anders kiezen, een kaas die beter bij jouw leven aansluit. Maar denk erom, geen smeerkaas! Want dan klopt de vergelijking niet meer.
En, besef; in het echt heb je je kaas niet voor het uitkiezen. Je moet het doen met wat je krijgt.

Ogen nog steeds dicht? Nu verschijnt een kaasschaaf in beeld. De bovenkanten van de paraffine kaaskorst laten zich soepeltjes wegsnijden. En hup, daar ga je, gretig snij je de ene plak na de andere af. Zie dat als het verstrijken van de tijd.
Na elke interactie met de schaaf blijft er een klein beetje minder kaas over.
Let op: je moet de kaas goed bewaren. Voor een kaas betekent dat: in kaaspapier verpakt, op een koele plek, in kelder of koelkast.
Hoe dan ook, je blijft schaven, en schaven, tot het eens zo robuust ogende zuivelproduct een bedenkelijk hompje geworden is. Ondertussen merk je dat de kaas steady harder wordt en zijn smaak begint te verliezen. Het wegschaven van de korst wordt zo langzamerhand een hachelijk karweitje omdat die in een soort grimmig hardplastic lijkt te zijn veranderd.
Keer op keer stop je de kaas terug in het kaaspapier, dat als een veel te ruime jas begint te voelen.

Je merkt dat je minder zin in kaas begint te krijgen.
Vandaag alweer kaas? Ja, alweer kaas. Iedere dag weer kaas.
Schimmelplekken beginnen te ontstaan. Je zult ze snel weg moeten snijden.
Op zeker moment doen kaas en rand weinig voor elkaar onder in hard- en onsmakelijkheid.
Met uiterste inspanning schaaf je er nog een handvol, steeds dunnere, steeds drogere, plakjes vanaf.

Je begint terug te verlangen naar een tijd toen de kaas nog vers en amper aangesneden was.
Ten slotte bereik je een kantelpunt: tot het bittere eind opeten, of het laatste restje weggooien?
Is er kaas na de dood?

Nu mag je je ogen weer openen.